een juweeltje aan puur natuur ....




“Sardegna” is van beide eilanden het verst afgelegen van het Italiaanse vasteland en kent een eigen politiek stelsel én taal (het sardisch) alhoewel enkel de oudere bevolking nog vasthoudt aan hun eigen taalhistoriek. Ongetwijfeld het mooiste eiland waarbij het water zo helderblauw is, de landschappen zo natuurlijk en onaangeroerd, de tradities zo diep verankerd zijn. De culinaire specialiteiten van het eiland zijn gebaseerd op de keuken van herders en boeren : speenvarken en wildzwijn aan een spies, landelijke éénpansgerechten met wilde groenten en voedzame bonen, “carta da musica” of pane carasau (of de pane fratau zijnde de belegde versie van carta da musica met ingrediënten zoals tomaten, eieren, pecorino, kruiden). Typisch is de malloreddus pasta (pasta met saffraan), pecorino sardo, casumarzu (madenkaas), bottarga di muggine, de Sardische antipasto misto di mare (mix van zeevruchten), de ciambelle (koekjes met in het midden rode marmelade) en andere lekkernijen die als het ware een “must” zijn tijdens een Sardische culinaire ontdekkingstocht. Wijnliefhebbers zullen lyrisch klinken bij Cannonau di Sardegna, Vermentino, Vernaccia di Oristano en de Malvasia. Sardegna heeft in het zuiden de voltreffer Cagliari die u zowel historisch als cultureel dé max biedt, terwijl Alghero met z’n Catalaanse invloeden en een verplichtend bezoek aan de grotten van Nettuno u ook laat stilstaan bij de pracht en praal van dit eiland. Nuraghi : honderden kan u er vinden op een ontdekkingstocht op dit eiland maar elk met een ander verhaal. Een bezoek aan Nuraghi met een “pranzo” met de herders en hun schapen betekent meteen “vluchten uit ons jachtig bestaan”.